Oud Hollandse Tuimelaarclub

1912-2012

December 2012 

Uitgave ter ere van het 100 jarig jubileum

Voorwoord

Beste collega duivenliefhebbers,

Het is natuurlijk een hele eer om het voorwoord te mogen schrijven voor een boek ter eren van het 100 jarig bestaan van de Oud Hollandsche Tuimelaars Club. Maar hoe ga je dit nu doen: in de stijl van de oprichtingsnotulen van 1912 of in de stijl van 2012. Een ding was al snel duidelijk ik ga dit maar op de computer doen want ik kon het potje met inkt en de veer niet meer vinden in de spullen die steeds zijn overgegaan naar de diverse besturen in al die jaren, maar een groot gedeelte is er allemaal nog waaronder de oprichtingsnotulen en de eerste openbare vergadering in Café Witteveen aan het Rembrandplein te Amsterdam op 19 december 1912 Ergens in december 1912 zijn enkele fokkers van Oud Hollandsche Tuimelaars bij elkaar gekomen omdat het ras niet tot zijn recht kwam, het gebrek van een vereniging was een oorzaak. Maar ook zag men dingen gebeuren tijdens de keuringen en de plaatsing van de dieren op de tentoonstellingen. En dat de Oud Hollandsche Tuimelaar steeds meer op de achtergrond werd geschoven. De heren (W. Lewis, W.F. la Croix , G.J van Veelen en W. Kiers) waren van mening dat er iets moest gebeuren in het belang van de Oud Hollandsche Tuimelaar wilde deze niet verloren gaan. Alle aanwezigen op de avond van 19 december werden lid van de Oud Hollandsche Tuimelaar Club, de contributie werd vast gesteld op 25 cent per maand, er werd toen ook maandelijks een vergadering gehouden. De eerste clubtentoonstelling werd gehouden op 25 december 1913. De zaal huur was 25 gulden per dag en het inschrijfgeld 25 cent per dier, hoeveel dieren er waren ingestuurd is niet vermeld. Maar de vrouwen van de leden hadden gratis toegang tot de tentoonstelling. Verder in het archief nog een handschreven catalogus van 15e clubtentoonstelling, hierbij waren ook al andere rassen aanwezig. Het aantal oud Hollandse tuimelaars is niet bekend maar wel het aantal prijzen, dat waren er 40 stuks van 2 gulden gemiddeld. Wat me wel opvalt is het groot aantal kleurslagen wat er in die jaren al aanwezig was waaronder enkele die ik zelf nog nooit gezien heb namelijk een blauwgetijgerde en geel getijgerde witstaart. Gegevens van de 22e clubshow in 1934 ingezonden dieren 184 stuks wat me hierbij opvalt is het groot aantal witstaarten namelijk 72 stuks waaronder 20 stuks rood en 27 geel witstaarten. Maar de oprichters hebben wel een voor uitziende blik gehad, maar ook mede dank zij alle andere mensen die zich in die 100 jaar hiervoor hebben ingezet is het fraaie ras en de Club in december 2012 nog steeds springlevend. Met de kerstdagen van 1913 werd de eerste clubtentoonstelling gehouden. Wij houden onze 100 jarige clubshow op 8 en 9 december te Enschede en dat wordt er zeker weer een die nog steeds de moeite waard is met een 151 inzendingen in 21 erkende kleurslagen en dan nog in 6 stuks kleurslagen A.O.C.

Ik wens inzenders veel succes en voor de rest is het genieten van dit fraaie ras.

Tiny Weerts

 

 

We schrijven 12 december 1912. In Amsterdam richt een klein clubje mannen de Oud Hollandse Tuimelaarclub op.

 

 

Een specialclub voor een eeuwenoud ras, toentertijd bekend om zijn vriendelijke karakter en goede vliegeigenschappen. In 1669 reeds beschreven als volgt:

"In grootte zijn ze als veldduiven, in kleur uiteenlopend blauw, leverkleurig, zwart wit en soms geel. Dikwijls hebben ze witte slagpennen en zijn ze op de vleugels en staart met wit vermengd".

In 1735 door John Moore als volgt beschreven:

"een kleine duif; kort van lichaam; vol van borst; dun van hals; met een spitsvormige snavel en met een korte knopvormige kop en oogirissen van levendige parelkleur." 

De meeste OHT’s werden in die tijd (19e eeuw) in Amsterdam gehouden, het is echt een ‘Amsterdams’ ras! Daarbuiten was er o.a. wat belangstelling in Groningen. Zo rond 1850 maakte het ras een enorme bloeiperiode door, waaraan geleidelijk een einde kwam door de toenemende postduivenliefhebberij.

Zodra de tentoonstellingen hun intrede deden, werden ze dan ook vooral in Amsterdam geshowd. De moeilijkheid was om ze naar inzicht van de Amsterdamse liefhebbers gekeurd te krijgen, want buiten Amsterdam woonden maar weinig kenners van het ras. Als gevolg van de in 1912 opgerichte Oud Hollandse Tuimelaar club kwam er meer eenheid bij de fokkers en bloeide het ras verder op.

Een stukje geschiedenis

Steeds vaker hoor je vandaag de dag, de verhalen over het vliegen met vliegtuigenrassen. Een zeker enthousiasme maakt zich meester van een groeiende groep sierduivenliefhebbers en deze groep beleeft daar bijzonder veel plezier aan. Toch is het nog niet zo heel lang geleden, dat in sommige steden of streken van ons land deze tak van sport met veel overgave werd beoefend. Een stad als Amsterdam had in de vorige eeuw een naam hoog te houden.

Een merkwaardig fenomeen deed zich voor in de stad Amsterdam. Het houden van duiven gebeurde daar namelijk op de daken van huizen en hoe kwam men daar toe.

Rond de 16e eeuw was Amsterdam een belangrijke havenstad. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) was in opkomst, scheen van deze compagnie voeren naar de "Oost". Daar vandaan werden specerijen, porselein, zijde etc. meegebracht uit Azië. Zo’n tocht met een zeilschip kon in die tijd wel 6 maanden duren, met alle problemen van die tijd. Om voldoende proviand mee te nemen werden er ook levende dieren meegenomen en deze peuzelde men dan tijden de reis op. Waarschijnlijk bleven er ook wel eens dieren over en deze kwamen ongedeerd aan wal. Of mogelijkerwijs vond iemand ze wel mooi en werden ze zodoende meegebracht. Dieren uit verschillende continenten kwamen zo richting Europa en daaronder zijn beslist ook duiven geweest. We weten uit geschriften dat er in die tijd al vele duivenrassen in India, China, Afghanistan, Perzië en het hele Midden-Oosten voorkwamen, daarom is het ook niet vreemd dat er verspreiding van duiven plaatsvond via de Europese havensteden. Amsterdam was er daar één van.

Het Amsterdams Duivenplat

Amsterdam is vernoemd naar de rivier de Amstel, die de stad gevormd heeft. Door het vele water is er rond de Amstel een grachtengebied gebouwd. Aan de grachtengordel was het haast niet mogelijk om duiven ander te houden dan op de nok of op de platte daken van de bovenste verdieping van de huizen. Rond het jaar 1900 waren er plus minus 2500 van deze "platten" binnen de grachtengordel van Amsterdam, uitgezonderd op de hoofdsingels, want het was bij gemeenteverordening verboden om hier platen te bouwen. De rechtgeaarde Amsterdammer is altijd al een liefhebber va n duiven geweest, vooral in een volksbuurt al de Jordaan, op de eilanden en andere volksbuurten kon men de houten stellages zien, waarop de duivenmelker vele uren van de dag doorbracht. 

De kast

Hoe ziet zo’n duivenkast er in werkelijkheid uit. Naar traditie wordt het bouwsel boven een dakvenster, of zo op het platte dak geplaatst. Het was als het ware een grote kast met daarop een landingsplatform voor de duiven. De grootte van de kast was meestal 2 x 2 meter en 3 meter hoog.

Huisvesting

Hoogst eigenaardig en interessant was de huisvesting van de vliegduivenliefhebber, die vaak alleen al om zijn duivensport op de 3e verdieping ging wonen. Boven op het dak heeft de liefhebber het beste uitzicht, daar kon hij zijn afgerichte "klit" beter zien manoeuvreren en genieten van de vliegevaluaties en het eventueel binnenbrengen van andermans duiven, die – door welke oorzaak dan ook – in het gebied van zijn "kijker" verzeild waren geraakt. Het "opbrengen" van deze duiven was een sensatie op zich, het laat zich slecht beschrijven, maar moet persoonlijk worden beleefd om het fijne ervan te kunnen proeven. Teneinde hoog boven de daken te kunnen vertoeven, is het noodzakelijk boven de huizenzee een gelegenheid uit te bouwen, van waaruit de vliegsport kon worden beoefend. Nu, in deze tijd zou het bijna niet meer voor te stellen zijn dat men boven de woonkamer duiven zou houden, met alle beperkingen van dien zoals het sjouwen met voer, manden, zand maar ook het afvoeren van de mest etc. Het verhaal wil dat er in vroeger tijden wel eens een zoldervloer bezweken zou zijn onder het gewicht, of rot door het vocht van bijvoorbeeld badwater dat geknoeid werd. Je kunt je voorstellen wat voor een gebeuren dat moest zijn. 

Het ‘Plat’, de ‘kijker’ en de ‘knip’

Afb. : een knip met daar bovenop de "brasser".

Het landingsplatform waar de duiven na hun vlucht neerstreken werd het ‘plat’ genoemd. Soms hat het landingsplat wel een afmeting van 5 x 3 meter. De ‘kijker’ is het gedeelte waar de liefhebber plaats neemt en rondom door glazen ramen de omgeving kan waarnemen. Het werkelijke plat met daarop een korfvormige kooi werd ‘duivenknip’ genoemd, dat was de vang - en uitwenningsinstallatie. Als lokvogel diende een vastgebonden duif, meestal wit van kleur, de ‘brasser’ genoemd. Deze brasser zit op het ‘roer’ dit is een dwars lat op de knip. Een duivenknip is een vangkooi die op de duivenkast staat en gebruikt wordt om "vreemde duiven" mee te vangen. Het einde van de knip is aan beide kanten op en neer klapbaar door middel van een koord dat via katrollen loopt en in de kast door de duivenliefhebber is te bedienen. Bovenop de knip zit een kruishout, hierop liet de liefhebber een lokduif "brasser" lopen die een broek aanhad met een koord dat weer vastzat aan het kruishout om de duiven op het duivenplat te lokken).

De brasser zit met een zogenaamde ‘broek’ vast, met daaraan een koord door een ring aan het roer vast. Door aan her koord te gaan trekken, gaat de brasser fladderen dit is een teken voor de ‘klit’ (duiven die hoog boven het ‘plat’ vliegen), om naar beneden te komen, want dan wordt er namelijk gevoerd. Dat doet men bij voorbaat als er een ‘vreempie’ bij zit ( een duif van een ander) die wordt dan onder de knip gelokt, met wat fijn zaad. Daarna wordt de vang naar beneden gelaten en de uitdrukking ‘voor de stok naar binnen halen’ doet hier dan opgang. Er werd namelijk een stok met een haak gebruikt om het ‘vreempie’ aan de poot met de stok binnen handbereik te brengen. Heel veel van deze duiven werden dan op een later tijdstip op de duivenmarkten verkocht. Bekende duivenmarkten waren de Noordermarkt, in de schaduw van de Noorderkerk, en van oudsher op de Lindengracht en het Amstelveld. 

De duiven

Welke duiven hield de Amsterdammer op zijn duivenplat? Dat waren typisch Amsterdamse duivenrassen zoals sokpoten (Oudhollandse tuimelaars) en kaalpoten (Nederlandse hoogvliegers en Hagenaars). Voor de hoogvliegerij en het ‘opgooien’ werden ‘Hollanders’ (Hoogvliegers) voor de korte vluchten van ca 30 tot 35 km gebruikt, die nochtans geen (zichtbaar) postduivenbloed mochten voeren. Ook populair waren de ‘Engelsmannetjes’, kruisingen van Engelse kort- en langvoorhoofd tuimelaars, nu te bewonderen als Amsterdamse baardtuimelaar. Ook werden er tipplers gebruikt, vooral de Manchester en Sheffiels Tipplers waren zeer in trek. Helaas moeten we constateren dat er heden ten dage bijna geen Amsterdamse duivenplatten meer bestaan, zodat een oud volksvermaak bijna is uitgestorven, jammer maar waar. 

 

 

 

De O.H.T van nu.

Het type is weinig veranderd. Nog steeds wordt een laag gestelde, met iets doorgeknikte benen, compacte, zo breed mogelijke vogel met een goed geronde borst en gevulde buik die gerond doorloopt, verlangd. Een korte, iets holle bij de schouders brede rug, horizontaal gedragen en naar de staart iets oplopend, zodat het ‘schuitmodel’ goed tot uitdrukking komt. De vleugels op de staart, niet kruisend, gedragen en de rug afdekkend. De staart telt twaalf brede staartpennen met afgeronde hoeken en wordt bij voorkeur iets opgetrokken gedragen. Van boven zien we de twee middelste staartveren (gedeeltelijk) over elkaar liggen, iets voorbij de vleugeluiteinden, eindigend. De hals begint vrij zwaar op het brede lichaam en is nauwelijks middellang, naar de kop versmallend en sierlijk blijvend. De kop verlangen we vol van voorhoofd, breed achter de snavel en een zuiver ‘geronde’ schedel zonder afplatting met het hoogste punt juist vóór de ogen. De ogen hebben een parelkleurige iris met een kleine ronde pupil en de oogranden zijn smal, bleek en fijn, de ogen goed omsluitend. De snavel is middellang en wordt (bijna) horizontaal gedragen en is blank tot vleeskleurig van kleur. Bij blauw, blauwzilver, blauw- en blauwzilver schimmel, zwart witschild en zwartschild getijgerd is een gekleurde snavel toegestaan, waarbij de snavelkleur zich aanpast aan de veerkleur.

Bij de overige kleurslagen wordt een blanke snavel vereist, zonder aanslag! De neusdoppen zijn fijn en de keel is goed uitgesneden. De dijbenen hebben lange gierhakken die aan het eind iets naar binnen gebogen zijn en het loopbeen bezit een volle, rijke goedgesloten en goed afgeronde voetbevedering die reikt tot aan de gierhakken. 

Afb: Zwartroek

 

Bij een Oud HollandseTuimelaar in stelling staan de hakken iets doorgedrukt naar binnen gedraaid! De bevedering is rijk en glad aanliggend. De kleurslagen Witroek: de witroeken komen het meest voor en vaak in een heel goede kwaliteit, mooie korte types, breed van borst en fraaie koppen.

Afb: Witroek

Deze kleur is echt één van de toetskleuren van het ras. Er zijn wel enkele punten die hier de aandacht verdienen: de kopvorm, blijf hier letten op een geronde, niet te korte kop en blijf kritisch op de oogkleur. Een slechte oogkleur hoeft niet meer. Waar men wel op moet letten is, dat bij ouder wordende dieren de iris niet meer 

parelkleurig is maar wat geler wordt en dit is voor het showen ongewenst. Ook moet men er op letten dat de dieren niet te kort worden, de staart moet voorbij de vleugeluiteinden steken. Als de staarten te kort worden zijn ze ook vaak te breed. Aan de voetstukken mogen, in deze kleurslag, hoge eisen gesteld worden. Zwartroek: de zwartroeken zijn moeilijk in tentoonstellingskwaliteit te kweken omdat de snavel blank moet zijn. Vaak is er zwarte aanslag op de bovensnavel waardoor de dieren op een tentoonstelling in predicaat gedrukt worden. De types zijn over het algemeen wel goed van volume maar wat lang in de achterpartij. De kop moet vaak gevulder zijn boven het oog en breder achter de snavelbasis. Aan de oogkleur kunnen niet dezelfde eisen gesteld worden als bij de witroeken, maar deze kleur gaat langzaam vooruit. De kleur is meestal wel intensief

Roodroek en geelroek: de laatste tijd zien we steeds betere dieren. Ze waren meestal wat aan de lange kant waardoor het schuitmodel verloren ging en de dieren afhellend stonden.

Afb: Geelroek

Daarna zagen we enige tijd te grove dieren met een slecht aanliggende bevedering. Kop en ogen zijn meestal wel in orde. Een aandachtspunt is de snavelkleur die soms wat donker is omdat ze een bruine aanslag heeft. De lichaamskleur is en blijft een aandachtspunt en dan vooral de buikkleur die niet intensief genoeg gekleurd is maar een blauwe of grijze kleur vertoont. De slagpennen zijn soms niet goed doorgekleurd en vertonen schilf en de algehele kleur die niet altijd intensief, maar te licht is. De voetstukken zijn meestal wel goed op orde.

 

Blauw zwartgeband en Blauwzilver donkergeband: de kleuren zijn samen met witroek de toetskleuren met vaak fraaie dieren waarbij de oogkleur de laatste jaren enorm vooruitgegaan is. Wel zien we steeds vaker dieren die te groot worden en een veel te dikke hals hebben. De keeluitsnijding wordt dan minder omdat op die te dikke hals ook een (te) grote kop staat. Deze dieren hebben vaak een slecht aanliggende hals bevedering waardoor de hals nog zwaarder lijkt. Waar we verder op moeten letten is een correcte vleugeldracht en een correcte rugafdekking, die bij deze kleuren nog wel eens te wensen overlaat. Wel prima voetstukken die vaak nog mooier gevormd zijn dan bij de Dunkleur: op deze kleur wordt niet specifiek gefokt en kent dezelfde problemen als zwartroek met uitzondering van het voetstuk dat om de één of andere reden meestal van fraaie kwaliteit is. witroeken. Soms zien we aan de voorkant van de voetbevedering enkele gedraaide veren waardoor de voetbevedering niet helemaal vlak is. De rugkleur behoort niet te licht te zijn, doch goed doorgekleurd en de schildkleur verlangen we ook niet te licht. Een aandachtspunt zijn de banden die vaak in elkaar overlopen en daardoor wat "platerig" zijn.

Andalusisch blauw: dit is een nieuwe kleurslag bij de OHT’s die steeds meer fokkers aantrekt. Aandachtspunten zijn het type, ze zijn vaak wat lang in achterpartij, en de kleur die wat donker is, vooral op het schild.

Blauwschimmel zwartgeband en Blauwzilverschimmel donkergeband: voor deze kleuren geldt eigenlijk hetzelfde als bovenstaand, maar omdat er wat minder fokkers van deze kleuren zijn is de kleurslag vaak iets minder in kwaliteit. Het aanwezige wit probeert zich steeds uit te breiden en dit toont zich als eerste in de kop. Als de kop goed van kleur is, worden de vleugelschilden soms te donker. Bij erg donkere dieren is het schild meer gekrast en dit geeft een foute schildkleur. Deze behoort namelijk grijs te zijn.

De Witstaarten zijn erkend in alle roek- en gebande kleuren, behalve rood- en geelzilver geband en andalusisch blauw maar worden het meest in zwart gehouden. Bij deze kleurslag is, naast de tekening van 12 witte staartveren en een vol gekleurde kiel en bovenstaartdek, vooral de grootte van de dieren een probleem. Ze zijn van lichaam te klein en hebben vaak een te kleine en een te smalle kop; de oog- en snavelkleur is meestal dik in orde evenals de lichaamskleur. Bij de gebande dieren is het volume van de dieren meestal wel goed. De tekening is moeilijk perfect te krijgen, witte veren in de kiel of bovenstaartdek heb je zomaar, soms zelfs doorlopend tot in de rugkleur of de andere kant op: zomaar weer bontstaarten. Op een tentoonstelling wordt, in verband met het moeilijke ideaalbeeld, een niet geheel correct bovenstaartdek toegestaan. Ook zijn in al deze kleurslagen witpennen erkend, deze worden slechts weinig gefokt, we zien ze bijna nooit en helemaal niet op tentoonstellingen. De witpennen hebben een gekleurd lichaam en alleen de buitenste 7 tot 12 vleugelveren zijn wit waarbij het ideaalbeeld alleen de slagpennen wit zijn. Nog een stapje moeilijker kan ook: witpen-witstaarten. Eerst maar even de beschrijving: een gekleurd lichaam met uitzondering van de staart, de 7 tot 12 buitenste slagpennen, een witte kiel en bovenstaartdek, een gekleurd voetstuk en het liefst ook nog gekleurde duimveren. De moeilijkheid in deze kleurslag is het wit in toom te houden dat zich steeds uit wil breiden, het laat zich het eerst in de gekleurde veren. Dat hier geconditioneerd moet worden is logisch maar moet niet al te zichtbaar worden gedaan. Witte veren onder de vleugel, dus niet zichtbaar, zijn toegestaan.

Witschilden zijn erkend in zwart, rood en geel maar die eerste zien we echt bijna nooit. Een enkele fokker waagt zich hieraan en die fokt maar zelden een showwaardig dier. In rood en geel winnen ze weer aan populariteit, we zien ze regelmatig op tentoonstellingen en in goede kwaliteit. De witschilden worden met een gekleurd lichaam en een gekleurde rug verlangd, waarbij enige clementie getoond moet worden bij de rugkleur. De dieren hebben een ovaal wit schild en witte mantelpennen; de slagpennen zijn weer gekleurd.

Bij de O.H.T is ook de ekstertekening erkend in zwart, rood, geel, blauw en dun. Deze ekstertekening is wel iets aparts binnen het ras. De kop is wit waarbij de witte tekening van het achterhoofd tot ongeveer vijf centimeter onder de snavel doorloopt (de slab). Boven op de kop zit een gekleurde vlek ter grootte van een eurocent (de kol) en aan weerzijden van de kop onder de snavel zitten amandelvormig vlekken die oog en snavel niet mogen raken (de knevels). Deze vlekken zijn ook zo groot als een amandel. Afwijkend bij de ekstertekening is de oogkleur, die overwegend donker moet zijn in de overwegend witte kop. Het lichaam, de borst en de staart zijn gekleurd evenals de "harttekening" op de rug en bovenkant van de vleugels. De vleugels zijn verder wit evenals de buik en het voetstuk. Aan het voetstuk kunnen niet de allerhoogste eisen worden gesteld, omdat door een zachtere veerstructuur de voetveren en gierhakken sneller afbreken dan bij de toetskleuren, maar de vorm moet wel goed zijn zonder gapingen. Fouten bij de O.H.T kunnen zijn: afwijkingen in type, te smal in borst, te hoge stand, niet geronde kop, slechte oogkleur, slechte rugafdekking en een te lange of te brede staart. We zien ook vaak een slechte vorm van de voetbevedering en de gierhakken: de voetbevedering moet niet te ver naar voren steken, waardoor het lopen van de dieren belemmerd zou kunnen worden. Geen open plekken in de voetbevedering, de zgn. gapingen. Afwijking in tekening of kleur waarbij er op gelet moet worden dat het geen kleurduivenras is. Huisvesting en verzorging Het houden van de O.H.T is vrij eenvoudig, een droog en tochtvrij hok met veel ventilatie is voldoende. Als de zon dan ook nog binnen kan schijnen, zijn ze al snel tevreden. Waar wel meer eisen aan gesteld worden zijn de zitters. Het beste zijn de zogenaamde "rondzitters" te gebruiken, vrij van de muur en ongeveer 10 cm in doorsnee om het beschadigen van de voetbevedering te voorkomen. Ook is het gebruik van een sneldrogende bodembedekking als droog zand of beukensnippers aan te bevelen om de voetstukken zo schoon mogelijk te houden. De O.H.T. broedt meestal uitstekend en brengt zijn jongen met zorg groot. Soms is het bij de witroeken wat moeilijker. Bij deze dieren wil het wel eens voorkomen dat een koppel samen op het nest gaat zitten en de jongen koud ertussen. Selecteer hierop en het euvel is meestal na twee generaties verleden tijd. De OHT is gemakkelijk handtam te maken en is een rustige aanhankelijke vogel op het hok. Stand van het ras Door het grote aantal kleurslagen dat de O.H.T rijk is, worden er genoeg dieren in dit ras gehouden. Maar per kleurslag is het aanbod maar mondjesmaat. Men moet niet vergeten hoe moeilijk het is om de zeldzame kleuren, zoals bijvoorbeeld de geëksterde, in een tentoonstellingskooi te krijgen en daarom moeten we bij alle andere dan de toets-kleuren vaak een oogje dichtknijpen bij de beoordeling, omdat ze anders eenvoudigweg verdwijnen. Wat echter nooit verloren mag gaan is het type en het karakter van dit ras dat in alle kleuren- en tekening variëteiten in stand gehouden dient te worden. De O.H.T is een echte aanrader voor op het hok. De speciaal club die op 12 december 2012 haar honderd jarig bestaan gaat vieren is een gemoedelijke club waar, veelal met gesloten beurs, dieren van eigenaar veranderen of uitgeleend worden.

 

Prijzenschema Clubshow / 100 jaar Jubileumshow 2012, ondergebracht bij Oneto

Deze prijzen zijn alléén te winnen door leden van de O.H.T.C.

R. Meijer Memorial beker.

Deze is te winnen door leden. Dit is een wisselbeker die jaarlijks overgaat naar de fraaiste rood- of geelzilver roek O.H.T. van de clubshow. Hij komt in het bezit van de gelukkige winnaar indien 3x achter elkaar deze titel wordt behaald of bij een vijftal keren het behalen van deze titel. Deze prijs is ter nagedachtenis aan R. Meijer.

J.van Eck Memorial Beker.

Deze is alléén te winnen door leden. Dit is een wisselbeker die jaarlijks overgaat naar de fraaiste getijgerde O.H.T. van de clubshow. Hij komt in het bezit van de gelukkige winnaar indien 3x achter elkaar deze titel wordt behaald, of bij een vijftal keren het behalen van deze titel. Deze prijs is ter nagedachtenis aan J.van Eck.

Wisselbeker voor de fraaiste Oud Hollandse Tuimelaar O.A.C.

Hij komt in het bezit van de winnaar indien 3x achter elkaar deze titel wordt behaald, of bij een vijftal keren het behalen van deze titel.

Deze prijzen zijn alléén te winnen door leden van de Oud Hollandse Tuimelaars Club en de leden Duitse SV Altholländer Tümmler

Oorkonde voor de fraaiste Oudhollandse tuimelaar van de 100 jarige jubileumshow.

7 Erebanden met opdruk te verdelen over de kleurslagen.

Verdeling erebanden en puntentelling.

Een ereband valt te verdienen met 4 dieren van dezelfde kleurslag maar er moet een jong dier bij zitten.

Gezamenlijk moeten ze een minimaal puntentotaal van 372 punten hebben.

Het minimaal predicaat wat erbij mag zitten is een G 91 punten.

2 Erebanden voor de roeken;

2 Erebanden voor de gebanden;

1 Ereband voor de geëksterde en de andere overige getekenden, moeten wel

erkend zijn;

1 Ereband voor de witstaarten;

1 Ereband voor de getijgerd- en witschilden.

Mocht er een band niet kunnen worden uitgegeven omdat het minimaal aantal punten niet wordt gehaald, gaat deze band naar het volgend viertal met hoogst aantal punten in de kleur-slag waar nog geen band in is gevallen.

Prijzen voor Jubileumshow te winnen door alle inzenders van Oudhollandse tuimelaars

Ereprijzen te verdelen door elke keurmeester.

€ 10,00 voor de fraaiste Oud Hollandse Tuimelaar van zijn keuring;

€ 7,00 voor de fraaiste Oud Hollandse Tuimelaar op 1 na van zijn keuring.

Zij moeten wel minimaal het predicaat ZG 93 punten behaald hebben.

Ereprijzen te verdelen door alle keurmeesters gezamenlijk, evenredig te verdelen over alle kleurslagen.

10x € 5,00 tot 50 dieren;

15x € 5,00 bij 51 t/m 100 dieren;

20x € 5,00 bij 101 t/m 150 dieren;

25x € 5,00 bij 151 t/m 200 dieren;

Zij moeten wel minimaal het predicaat ZG 93 punten behaald hebben.

Met dit prijzen schema welk ruimer is als in de almanak vermeld, komt het prijzenschema vermeld in de almanak te vervallen.

Ereprijs beker beschikbaar gesteld door Combinatie ’t Schuitje.

Deze prijs is voor de fraaiste collectie met het hoogst aantal punten (man oud, vrouw oud, man jong en vrouw jong, alle vier van dezelfde kleurslag).

Ereprijs / bokaal beschikbaar gesteld door dhr. N. Bonde.

Deze prijs is voor de fraaiste geëksterde.

Ereprijs / € 10,-- beschikbaar gesteld door dhr. R. Cocq van Delwijnen

Deze prijs is voor de fraaiste blauwzilver donkergeband witstaart.

8 Kerststerren beschikbaar gesteld door dhr. E. Meijer

Deze prijs te verdelen door de keurmeester

8 Kerststerren beschikbaar gesteld door Fa. Sierex plantenexport

Deze prijs te verdelen door de keurmeester

4 Amaryllisbollen beschikbaar gesteld door de Bollenstreekshow van PKV Lisse

Deze prijs is voor jonge dieren in de moeilijke kleurslagen, niet winnend enig andere prijs.

Voor iedere inzender van oud Hollandse tuimelaars is er een herinnering aan dit

100 jarig jubileum van de Oud Hollandse Tuimelaars Club

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = 

Jubileumshow Oneto december 2012

Inzenders en hun Predicaten

Keurmeester M.C.A.M. Fens(C)

Wit doffer oud

1442 Rein Maatjes                       93

1443 Rein Maatjes                       94

1444 Ed Meijer                            95

1445 Ed Meijer                            93

1446 Ed Meijer                            93

1447 Uwe Ibbeken                      abs

1448 R. Cocq van Delwijnen           91

1449 R. Cocq van Delwijnen          94

1450 R. Cocq van Delwijnen          94

1451 R. Cocq van Delwijnen          91

1452 Nina Holland                        93

1453 Comb.T Schuitje                  91

Wit duivin oud

1454 Ed Meijer                            93

1455 R. Cocq van Delwijnen         91

1456 R. Cocq van Delwijnen         95

1457 R. Cocq van Delwijnen         95

1458 R. Cocq van Delwijnen         94

1459 Nina Holland                        93

1460 Comb.T Schuitje                  94

Wit doffer jong

1461 Ed Meijer                            95

Wit duivin jong

1462 Ed Meijer                            95

1463 Uwe Ibbeken                      abs

1464 Uwe Ibbeken                      abs

1465 Uwe Ibbeken                      abs

1466 Uwe Ibbeken                      abs

1467 Nina Holland                        93

Keurmeester E. Meijer(C)

Zwart doffer oud

1468 Zuchtgem. Kemke                96

1469 Zuchtgem. Kemke                94

Zwart duivin oud

1470 Zuchtgem. Kemke                94

Zwart doffer jong

1471 Zuchtgem. Kemke                95

1472 D. Ojevaar                         93               

Zwart duivin jong

1473 Zuchtgem. Kemke                95

Blauw zwartgeband doffer oud

1474 Comb.T Schuitje                  94

1475 Comb.T Schuitje                  96

1476 Comb.T Schuitje                  95

1477 Comb.T Schuitje                  92

1478 Comb.T Schuitje                  92

Blauw zwartgeband duivin oud

1479 Falco Holland                       90

1480 Comb.T Schuitje                  93

1481 Comb.T Schuitje                  94

1482 Comb.T Schuitje                  95

1483 Comb.T Schuitje                  --

Blauw zwartgeband doffer jong

1484 D. Ojevaar                         95

1485 Comb.T Schuitje                  94

Blauw zwartgeband duivin jong

1486 Comb.T Schuitje                  94

1487 Comb.T Schuitje                  94

Andalusisch blauw doffer oud

1488 Comb.T Schuitje                  94

1489 Comb.T Schuitje                  93

1490 Comb.T Schuitje                  96

1491 Karl-Heinz Mankel                 92

1492 Karl-Heinz Mankel                 93

Andalusisch blauw duivin oud

1493 Comb.T Schuitje                  94

1494 Comb.T Schuitje                  94

1495 Comb.T Schuitje                  95

1496 Karl-Heinz Mankel                 92

1497 Karl-Heinz Mankel                 91

Andalusisch blauw doffer jong

1498 Comb.T Schuitje                  92

1499 Comb.T Schuitje                  93

1500 Comb.T Schuitje                  91

1501 Karl-Heinz Mankel                 91

1502 Karl-Heinz Mankel                 92

1503 Karl-Heinz Mankel                 94

1504 Karl-Heinz Mankel                 93

1505 Karl-Heinz Mankel                 91

1506 Karl-Heinz Mankel                 93

Andalusisch blauw duivin jong

1507 Comb.T Schuitje                  95

Keurmeester M.C.A.M. Fens(C)

 

Rood doffer oud

1508 Comb.T Schuitje                  94

1509 Comb.T Schuitje                  94

Rood duivin oud

1510 Comb.T Schuitje                  94

1511 Comb.T Schuitje                  93

Rood doffer jong

1512 Comb.T Schuitje                  95

Rood duivin jong

1513 D. Ojevaar                         93

1514 Comb.T Schuitje                  94

Geel doffer oud

1515 D. Ojevaar                         94

1516 Comb.T Schuitje                  94

Geel duivin oud

1517 D. Ojevaar                         96

1518 D. Ojevaar                         93

1519 Comb.T Schuitje                  95

1520 Comb.T Schuitje                  94

Geel doffer jong

1521 W. Hasselt                         abs

1522 W. Hasselt                         abs

1523 Comb.T Schuitje                  93

1524 Comb.T Schuitje                  95

Geel duivin jong

1525 W. Hasselt                         abs

1526 W. Hasselt                         abs

1527 D. Ojevaar                         95

1528 Comb.T Schuitje                  93

Keurmeester E. Meijer(C)

Blauwzilverdonkergeband

Doffer oud

1529 Zuchtgem. Kemke                95

1530 Zuchtgem. Kemke                94

Blauwzilverdonkergeband

Duivin oud

1531 Zuchtgem. Kemke                92

1532 Zuchtgem. Kemke                95

1533 Falco Holland                       93

1534 D. Ojevaar                         94

Blauwzilverdonkergeband

Duivin jong

1535 Zuchtgem. Kemke                94

1536 D. Ojevaar                         95

Blauwschimmel geband

Doffer oud

1537 Falco Holland                       91

1538 D. Ojevaar                         94

1539 D. Ojevaar                         93

1540 D. Ojevaar                         92

1541 Comb.T Schuitje                  95

1542 Comb.T Schuitje                  97

1543 Comb.T Schuitje                  94

Blauwschimmel geband

Duivin oud

1544 D. Ojevaar                         94

1545 D. Ojevaar                         96

Blauwschimmel geband

Duivin jong

1546 D. Ojevaar                         95                        

Keurmeester M.C.A.M. Fens(C)

Geelgetijgerd duivin oud

1547 D. Ojevaar                         96

1548 D. Ojevaar                         93

Zwart geëksterd doffer oud

1549 R. Haas                             95

Zwart geëksterd duivin oud

1550 R. Haas                             94

Zwart geëksterd doffer jong

1551 R. Haas                             96

Zwart geëksterd duivin jong

1552 R. Haas                             95

Blauw geëksterd doffer oud

1553 R. Haas                             93

Blauw geëksterd duivin oud

1554 R. Haas                             95

Blauw geëksterd duivin jong

1555 D. Ojevaar                         94

Rood geëksterd doffer oud

1556 R. Haas                             94

Rood geëksterd doffer jong

1557 R. Haas                             96

Geel geëksterd duivin oud

1558 D. Ojevaar                         90

1559 D. Ojevaar                         93

Dun geëksterd duivin oud

1560 D. Ojevaar                         94

1561 D. Ojevaar                         93

Zwart witstaart doffer oud

1562 Comb.T Schuitje                  94

Blauwzwartgeb.witstaart

Doffer oud

1563 R. Haas                             95

1564 R. Haas                             96

Blauwzwartgeb.witstaart

Duivin oud

1565 R. Haas                             94

1566 R. Haas                             94

Blauwzwartgeb.witstaart

Doffer jong

1567 R. Haas                             90

1568 D. Ojevaar                         95

 Blauwzwartgeb.witstaart

Duivin jong

1569 D. Ojevaar                         90

1570 D. Ojevaar                         91

Rood witstaart doffer oud

1571 R. Haas                             96

Rood witstaart duivin oud

1572 R. Haas                             94

Geel witstaart doffer oud

1573 R. Haas                             95

Keurmeester E. Meijer(C)

Blauwschimmel witstaart

Doffer oud

1574 D. Ojevaar                         94

Rood witpen witstaart

Doffer oud

1575 M.C.A.M. Fens                    93

1576 M.C.A.M. Fens                    94

Blauwzilv.d.geb.witst.

Doffer oud

1577 R. Haas                             93

Blauwzilv.d.geb.witst.

Duivin oud

1578 R. Haas                             94

Blauwzilv.d.geb.witst.

Doffer jong

1579 R. Haas                             93

Blauwzilv.d.geb.witst.

Duivin jong

1580 R. Haas                             95

A.O.C. Veelkleurig duivin oud

1581 M.C.A.M. Fens                    92

1582 M.C.A.M. Fens                    93

1583 M.C.A.M. Fens                    93

A.O.C. Veelkleurig duivin jong

1584 M.C.A.M. Fens                    92

A.O.C. Kite doffer oud

1585 M.C.A.M. Fens                    93

A.O.C. Kite  duivin jong

1586 M.C.A.M. Fens                    93

A.O.C. De Roy doffer oud

1587 M.C.A.M. Fens                    94

A.O.C. Rood Agaat doffer jong

1588 M.C.A.M. Fens                    92

A.O.C. Bl.zl.kras witst

Doffer oud

1589 R. Haas                             abs

A.O.C. Bl.zl.kras witst

Duivin oud

1590 R. Haas                             93

A.O.C. Bl.zl.kras witst

Duivin jong

1591 R. Haas                             90

A.O.C.Bl.zl.witp.witst.

Doffer jong

1592 R. Haas                             93

Winnaars Erebanden:

Wit:                                                  Ed Meijer

Zwart:                                              Zuchtgem. Kemke

Blauwzwartband:                            Comb. ’t Schuitje

Andalusisch blauw:                         Comb ’t Schuitje

Geel:                                                Comb ’t Schuitje

Blauwschimmel:                              D. Ojevaar

Zwart geëksterd:                            R. Haas

Ereprijs fraaiste collectie:      Zwartroek,  Zuchtgem. Kemke

Ereprijs fraaiste geëksterde:  Kooinr. 1551,  R. Haas

Ereprijs € 10,--:                       Kooinr 1580,  R. Haas

  =  = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =