De duivenknip

Vroeger stonden er velen duivenknippen op de welbekende duivenplatjes in Amsterdam.

Wat is nu een duivenknip zal de geïnteresseerde onder u zich afvragen, welnu deze duivenknip diende om vreemde duiven die met de rest van de vlucht mee op het duivenplat landden te “knippen”, te vangen dus.

De knip is namelijk klapbaar aan beide kanten door middel van een koord wat over katrollen loopt naar achter waar de duivenliefhebber zich in de duivenkast bevond.

Die katrollen zitten bevestigd in het kruishout die dwars op de knip is gemonteerd.

Bevond zich nu een vreemde duif onder dit knipgedeelte (daar naar toe gelokt met snoepzaad) dan liet de duivenhouder de koorden snel vieren en het “vreempei”zat in de knip. “In de knip hebben”is tegenwoordig nog een echte Amsterdamse uitdrukking die ook nog gebruikt wordt door mensen die nog nooit van een duivenknip hebben gehoord.

De aandachtige kijker onder u zal het zijn opgevallen dat op het voornoemde kruishout over de hel breedte een ronde of ovale stok is geplaatst, dit is de plaats voor de Brasser ook wel de Piet genoemd.

Waar dient deze voor zult u zich afvragen, welnu hier de uitleg:

De Brasser zat door middel van een broek, gemaakt van wit band, twee centimeter breed, waaraan een benen gordijnring was genaaid met een muskaton haak aan het koord welke ook weer door een oog op het eind van de knip bediend kon worden door de duivenhouder.

Trok deze man licht aan dat koord dan maakte de Brasser klappende bewegingen met zijn vleugels maar vloog niet op (was daar op afgericht) met het doel de vlucht waarbij zich eventuele vreemde duiven bevonden, snel naar beneden te halen op het plat.

Daar de Brasser of Piet altijd zo licht mogelijk gekleurd was (liefst wit) had het vliegende koppel daar goed zicht op als ervan zijn diensten gebruik werd gemaakt.